Het assessment bestaat uit vier onderdelen: a) de kandidaat levert een preek aan, b) maakt een cultuurtest, c) vult een vragenlijst in, die ook door drie anderen wordt ingevuld en d) voert een gesprek over de uitkomsten. Uiteindelijk volgt er een rapport waarin de antwoorden van de vragenlijst en test zijn opgenomen, alsmede het advies naar aanleiding van de analyse en het gesprek. De rapportage wordt eerst gedeeld met de kandidaat en daarna ook met de partij die om het assessment heeft gevraagd.